Studiegids 2017-2018

Toetsing en beoordeling

Elk onderdeel van het programma wordt afgesloten met een toets. Studiepunten worden toegekend op basis van een voldoende beoordeling voor de toets. Bij veel onderdelen zijn bovendien 80% aanwezigheid en/of actieve participatie een voorwaarde om de studiepunten toegekend te krijgen.

De toetsvorm (tentamen, werkstuk, verslag, ed) is afhankelijk van de aard van het programmaonderdeel. Soms bestaat een toets uit meerdere onderdelen, bijvoorbeeld een product of werkstuk + een leerverslag.

De toetsvorm en hoe er beoordeeld wordt is opgenomen in de beschrijving van elk programmaonderdeel.

De volgende toetsvormen komen op de Nederlandse Filmacademie het meest voor:

  • (Beroeps)producten. Het gaat hier om het resultaat van (gesimuleerd) beroepsmatig handelen, bijvoorbeeld een affe film, maar ook tussenproducten zoals een (geschreven) regievisie, een productieplan, een sounddesign, een scenario, e.d.
  • Werkstukken of verslagen. Resultaten van onderwijsopdrachten, bijvoorbeeld een analyseverslag van een bepaalde film, een verslag van een festivalbezoek, een samenvatting van een lezing door iemand uit de beroepspraktijk, verslag van een onderzoeksopdracht, etc.
  • Schriftelijke toets met opgave(n) waarbij de student het antwoord zelf moet formuleren of waarbij de student uit een beperkt aantal mogelijke antwoorden het goede of relatief beste antwoord kan kiezen. Deze vorm komt vaak voor bij de meer theoretische onderdelen.
  • Mondelinge toets doorgaans bestaand uit een gesprek tussen docent/beoordelaar en een student ter evaluatie van de bestudeerde stof.
  • Reflectie- of leerverslag, vaak gericht op de competenties en de persoonlijke artistieke ontwikkeling, meestal individueel, soms van een groep. De gemeenschappelijke oefeningen hebben bijvoorbeeld vaak deze toetsvorm.
  • Integrale toets waarbij meerdere onderdelen of competenties, vaak over een wat langere periode gezien, samen integraal beoordeeld worden. Bijvoorbeeld het eindoordeel over de competenties en de geschiktheid van de student aan het eind van de propedeuse.