Studiegids 2017-2018

doelen

De Filmacademie kent twee soorten doelen: eindkwalificaties en leerdoelen.

eindkwalificaties
Eindkwalificaties beschrijven wat een student aan het eind van de opleiding moet kunnen. Deze kwalificaties vormen dus de einddoelen en de inhoud van de opleiding (vroeger spraken we van eindtermen). De Nederlandse Filmacademie heeft de eindkwalificaties beschreven in de vorm van competenties.

leerdoelen
Leerdoelen zijn tussendoelen. Zij geven aan wat er nu eigenlijk geleerd moet zijn aan het eind van een bepaald onderdeel van het onderwijsprogramma. De leerdoelen vind je in deze studiegids in de beschrijvingen van de programmaonderdelen.

De competenties van de Cinematographer

  1. Creëren
    De afgestudeerde cinematographer bezit het vermogen om vanuit zijn eigen specialisme scheppend om te gaan met intuïties, waarnemingen, indrukken en emoties door deze in artistieke ideeën om te zetten en in audiovisuele vorm weer te geven
  2. Visie
    De afgestudeerde cinematographer bezit het vermogen om opvattingen en overtuigingen op het eigen vakgebied te vormen, die te communiceren en zichtbaar te maken in audiovisuele producties.
  3. Samenwerken en communiceren
    De afgestudeerde cinematographer bezit het vermogen vanuit zijn eigen specialisme in samenwerking met de andere vakspecialisten een actieve bijdrage te leveren aan een gezamenlijk product of proces. Hij bezit hiertoe het vermogen om zijn handelen zowel verbaal, non?verbaal als in schrift effectief en efficiënt over te brengen, af te stemmen en te verantwoorden
  4. Ambachtelijk vermogen
    De afgestudeerde cinematographer bezit het vermogen om het brede scala aan disciplinegebonden instrumentele en ambachtelijke kennis en vaardigheden efficiënt en effectief toe te passen in de vervaardiging van audiovisuele producties.
  5. Planmatig en resultaatgericht werken
    De afgestudeerde cinematographer bezit het vermogen om op een effectieve manier doelen en prioriteiten te bepalen en de benodigde acties, tijd en middelen te organiseren om deze doelen te bereiken.
  6. Flexibiliteit
    De afgestudeerde cinematographer bezit aantoonbaar het vermogen om onder zeer wisselende omstandigheden een constructieve bijdrage te leveren aan audiovisuele producties, waarbij hij de kwaliteit bewaakt en zorgt voor een constant prestatie niveau
  7. Ondernemerschap
    De afgestudeerde cinematographer bezit het vermogen om zelfstandig vorm te geven aan een professioneel bestaan binnen de film en tv wereld.
  8. Omgevingsgerichtheid
    De afgestudeerde cinematographer bezit het sensitieve vermogen om relevante omgevingsfactoren in de samenleving te signaleren en te gebruiken in audiovisuele producties.
  9. Lerend vermogen
    De afgestudeerde cinematographer bezit het vermogen om te leren, te ‘leren leren’ en zich blijvend te ontwikkelen.
  10. Reflectief vermogen
    De afgestudeerde cinematographer bezit het vermogen om te reflecteren op het eigen handelen om tot betere prestaties te komen.
  11. Innovatief vermogen
    De afgestudeerde cinematographer bezit het vermogen om onderzoek te doen op het eigen vakgebied, om mogelijkheden te verkennen en te experimenteren, wat tot uiting kan komen in innovatieve audiovisuele processen en producties.