participeren in de professionele beroepspraktijk

algemene typering en inhoud
Stage is een belangrijk onderdeel van de opleiding waarin de studenten niet binnen de academie maar in de echte beroepspraktijk oefenen en leren. Daardoor krijgen ze extra mogelijkheden om (nog) meer over het vak en zichzelf te leren:

  • concrete ervaring opdoen en ondervinden wat ze in de praktijk waard zijn;
  • de op de academie opgedane kennis en ervaring aan de beroepspraktijk toetsen;
  • samenwerken in een andere (bedrijfs)cultuur en daarmee het professionele netwerk verder uitbreiden;
  • eventueel verdiepen in een bepaald aspect van het vakgebied;

De stage is voor veel studenten bovendien belangrijk omdat het toegang kan verschaffen tot betaald werk na de opleiding. De student kan met de keuze voor een bepaalde stageplaats of activiteiten zelf veel richting aan het leerproces geven. Daartoe formuleert de student vooraf persoonlijke leerdoelen en/of ambities. De stageplaats en de inhoud van de stage moeten wel aan bepaalde voorwaarden voldoen. Daarom maakt de student vooraf een stageplan dat door de studieleider of hoofddocent goedgekeurd moet worden. Na de stage schrijft de student een stageverslag. De student doet er goed aan gedurende de stage een logboek bij te houden.

algemene stagedoelen
De student:

  1. laat zien dat hij/zij in de relevante beroepspraktijk adequaat kan functioneren
  2. kan inzicht in de verschillen tussen de Filmacademie en de beroepspraktijk formuleren
  3. kan reflecteren op het eigen ‘professioneel’ handelen

competenties

  • 1. Creërend vermogen
    De student maakt filmisch werk waarin relevante verhalen vanuit een artistieke visie worden verteld.
  • 2. Onderzoekend vermogen
    De student komt door onderzoek en reflectie tot inzicht en kennis voor filmisch werk.
  • 3. Ambachtelijk vermogen
    De student hanteert vakmatig een breed scala aan instrumentele kennis en vaardigheden bij het produceren van onderscheidend filmisch werk.
  • 4. Samenwerkend vermogen
    De student draagt constructief bij aan de samenwerking in het (film)team.
  • 5. Vermogen tot groei en vernieuwing
    De student kan eigen werk en werkwijze blijvend ontwikkelen en verdiepen en levert hierdoor een bijdrage aan de ontwikkeling van de filmkunst en het vakgebied.
  • 6. Organiserend en ondernemend vermogen
    De student kan een professioneel bestaan opbouwen en zijn projecten effectief organiseren in een (inter)nationaal opererend werkveld.
  • 7. Communicatief vermogen
    De student is in staat tot effectieve interactie binnen uiteenlopende beroepscontexten.

onderwijsvorm
praktijkleren

wanneer
Afhankelijk van de afstudeerrichting loopt een student stage in het tweede, derde en/of het vierde studiejaar. De precieze periode is afhankelijk van de geroosterde lessen en workshops en van de planning van de projecten waaraan de student meewerkt. 
Studenten die hun stage (deels) gedurende de zomervakantieperiode uitvoeren, doen er goed aan ervoor te zorgen dat ze een (korte) vakantie kunnen nemen vóór het nieuwe schooljaar zodat ze uitgerust kunnen beginnen.

goedkeuring van de stage
Studenten mogen pas met hun stage beginnen als: 

  • de studieleider of hoofddocent het stageplan heeft goedgekeurd (aanvraagprocedure)
  • als de stageovereenkomst met het stagebiedende bedrijf of instelling door alle partijen is ondertekend
    (Studenten wordt nadrukkelijk afgeraden een contract met een bedrijf of instelling te (laten) ondertekenen vóórdat hun stageplan is goedgekeurd.)

stagevergoeding

begeleiding

  • vanuit de Filmacademie: de studieleider of een docent
  • binnen de stagebiedende organisatie: de stagebegeleider

toets

  • eindoordeel over het functioneren van de student door stagebegeleider (formulier)
  • stageverslag
  • eindgesprek met de studieleider of begeleidende docent (als daar aanleiding toe is)

beoordeling
De student krijgt de studiepunten toegekend door de studieleider indien:

  • aan de formele vereisten is voldaan (bv aantal uren, oordeel stagebegeleider is binnen, evt. eindgesprek gehad, e.d. )
  • voldoende voor het functioneren tijdens de stage
  • voldoende voor het stageverslag

studiebelasting
Verschilt per afstudeerrichting en is te vinden in het betreffende programmaoverzicht.

Delen